De Molen

MolenOp officiële papieren genaamd “la carte de Cassini (feuille n° 32, le Dorat)” vinden we de molen onder de naam  “Le moulin de Douzy” terug op het einde van de 18de eeuw. Op het kadasterplan van 1824 vinden we het molengebouw (zonder de woning) en het tweede gebouw waar nu onze woonst en de gîtes zijn terug. Dit wil dus zeggen dat de molen, onze woonst en de gîtes van voor 1824 dateren.

De woning naast de molen dateert van einde 19de eeuw of begin 20ste eeuw. De molen zelf moet op het moment van de aanbouw van de woning (= het linkergedeelte op deze foto) mee gerenoveerd geweest zijn. Onze woonst en de gîtes zijn gerenoveerd geweest op het einde van 20ste eeuw.
Aangezien het tijdstip en het feit dat er in de nabije buurt geen leerlooierij is en van de nu nog in uitstekende staat zijnde aanwezige mechaniek kunnen we afleiden dat de molen vooral werd gebruikt om enerzijds olie te vervaardigen uit noten of anderzijds bloem te vervaardigen uit tarwe en rogge.

De molens rondom Confolens

De volledige streek rondom Confolens, zelfs volledig over de Charente verspreid herbergt talrijke mooie molens. Het ontstaan van het molenrijk gebied gaat terug tot de middeleeuwen.

De waterlopen en de daaruit voortstromende waterkracht werden vanaf de middeleeuwen beheerd door de overheid en religieuze instanties. Wanneer men zo ver was dat waterstromen en hun waterkracht ook een industrieel en artisanaal nut hadden, werden al snel veel molens en stuwpanden gebouwd langs kanalen en rivieren. In de regio rond Confolens vind je deze vooral terug langs de rivieren de Vienne en de Goire en langs de waterstroom de Marchadaine die onze molen aandrijft.

De figuur hiernaast geeft een situatieschets weer van de verschillende molens en hun doeleinden rond de regio van Confolens tegen het einde van de 18de eeuw en het begin van de 19de eeuw. Onze molen staat in Lesterps langs de Marchadaine.

Functie van de molens

In de beginjaren werden de molens gebruikt ter vervaardiging van bloem, olie ( afkomstig van noten ) en looi voor de leerlooierij. Dit laatste was overigens heel erg vervuilend en bracht veel reukginder met zich mee. Hierdoor ontstond er tussen de jaren 1768 en 1775 veel protest tegen leerlooierijen en de molens die hen bevoorraden. De polemiek zorgde ervoor dat er een kleinschalig proces werd ingespannen dat in eerste instantie plaatsvond in het gerechtsgebouw van Confolens. Later breidde het probleem zich uit en werd dit proces zelfs gehouden in de hoofdstad Angouleme. Niettemin ging men verder met de productie van het leer, want er was een grote vraag vanuit het leger, hospitalen…

Na verloop van tijd verdwenen de vele leerlooierijen vanwege de aanhoudende polemiek. Vanaf 1841 kon men in en rond Confolens enkel nog de leerlooierij terugvinden van Parat Blondin,  Saint Germain op de rivieren de Vienne en de Issoire en de leerlooierij van Sainte – Radegonde rond 1880. Uiteindelijk verdwenen alle leerlooierijen die volgens het oude vervuilende principe werkten tegen het eind van de 19de eeuw.
De leerlooierijen verdwenen niet volledig maar werkten wel via een milieuvriendlijke proces. Deze nieuwe leerlooierijen kan men nog steeds terugvinden langs de stroom van de Vienne in Saint Junien (Haute – Vienne).

Transformatie van de molens

Op het einde van de 18de  eeuw verminderden het aantal molens vanwege het moderniseren van de leerlooierij. Uiteindelijk hield men in de streek rond Confolens nog 11 molens over. De molens die overbleven werden getransformeerd en produceerden bloem afkomstig van tarwe en rogge en olie afkomstig van noten.
Deze transformatie en de technische revolutie in de maalderij kun je vandaag nog steeds zien, doordat men de mechaniek van eind 18de eeuw in  een aantal molens rond Confolens heel goed geconserveerd werd. Een van de molens is onze molen “moulin de Douzit“ . Een aantal andere molens zijn le moulin de vieux ruffec in Champagne – Mouton die zich situeert langs een zijtak van de Argentor en le moulin d’assit in Manot op een eiland langs de rivier de Vienne (dit is trouwens een heel mooie bezienswaardighied langs één van de kajakroutes).

Vanaf de jaren 1870 waren er een aantal molens in de streek rond Confolens die opnieuw een andere transformatie ondergingen ter productie van papier (zoals moulin de puygrenier in Confolens vanaf 1874 tot en met 1973) of van textiel (zoals ancien moulin de la Roche in Confolens die in 1873 werd getransformeerd tot spinnerij.

Op de dag van vandaag worden de resterende nog intacte molens niet meer gebruikt voor industriële of artisanale producties uitgezonderd de micro-electriciteitscentrale van Puygrenier in Confolens.

Op een half uurtje rijden vinden we eveneens een heel molenrijk gebied terug met als trekpleister Le moulin de la forge. Deze molen werd prachtig gerenoveerd en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt om olie te vervaardigen en is zeker een bezoek waard. Meer gegevens over deze molen en de bezoekmomenten vind je terug op hun website: www.walnut-oil.com .

Bij Anne & Didier